geloof. rechtvaardigheid. toekomst.

4 juni 2018

Bevrijding van dwingend materialisme

Je kunt er niet omheen. Het woord ‘duurzaam’ is overal. In nieuwsberichten, op etiketten van boodschappen, in slogans van bedrijven. Het dreigt zelfs een beetje sleets te raken. Als een holle kreet. Jammer, want het verwijst naar een belangrijke keuze die je kunt maken. Even kort door de bocht: kies je voor duurzaam en bewust of ga je voor goedkoop en gemak?

 Er is in de media gelukkig steeds meer aandacht voor de klimaatproblemen en de bittere noodzaak om anders te gaan leven. Mensen schrikken als ze foto’s zien van de ‘plastic soep’ in de oceanen. Het is een natuurramp waar we zelf aan bijdragen. Die beelden moedigen aan om groener en duurzamer te worden. Maar ja, hoe dan? Waar begin je? Moeten we allemaal grijze wollen sokken gaan dragen? Moeten we een milieufreak worden? Liever niet, toch?

Ik worstelde daar zo’n zes jaar geleden ook mee. Het begon bij een schoolopdracht van mijn oudste zoon. Hij moest zijn ecologische voetafdruk invullen en vroeg mij om hulp. Ik ging er goed gemutst in, want ik wist: ik vlieg nooit, ik gebruik spaarlampen, ik zet de kachel altijd laag en ik scheid mijn afval. Dat zat dus wel snor. Dacht ik. Want uit die test bleek dat wij met ons gezin 3,4 aarde gebruikten. Met andere woorden:

als iedereen op mijn manier zou leven, zouden we meer dan drie ‘aardes’ nodig hebben.

Ja, dat kwam wel even binnen. Ik begon erover te lezen op websites en bekeek – soms heftige – documentaires over ons plasticgebruik, de kledingindustrie en de voedselbranche. Al die verhalen hadden een gemene deler: als consument ben je medeplichtig. Ik kon daar langer aan voorbij gaan. Als moeder wilde ik graag het goede voorbeeld geven. Dus er zat niets anders op. Het roer ging om. En niet alleen bij mij, maar ook bij mijn man…

Als christen is het begrip ‘goed rentmeesterschap’ mij wel bekend. Het is een bijbelse opdracht die ik serieus neem. Samen dragen we zorg voor Gods Schepping. Al lezende op Amerikaanse sites kwam ik uit bij het minimalisme. Het sprak me aan. Over hoe ‘een leven met minder’ juist voordelen oplevert. Voordeel voor het milieu en je portemonnee, maar ook heel praktisch, binnen ons huishouden. Ik had al langer de behoefte aan minder spullen in huis. Het opruimen en organiseren kostte altijd veel energie en tijd. ‘t Hield nooit op. Door te lezen over minimaliseren werd ik steeds kritischer. Had ik die spullen écht nodig?  Waarom deed ik mee aan de wegwerpmaatschappij? Voor mijn spullen waren toch ook grondstoffen nodig?

Opeens zag ik een verband tussen het wereldwijde milieuprobleem en mijn koopgedrag.

Als je minimaliseert, streef je er naar om alleen dat in je huis en je leven te houden dat je echt gebruikt en belangrijk vindt.  Minder spullen is minder verspilling van grondstoffen. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Babette Porcelijn (zie haar boek: De verborgen impact). ‘Spullen’ zorgen wereldwijd voor de grootste milieubelasting.  Ik zie het zo: door te breken met overconsumptie geef je handen en voeten aan Gods opdracht. Hij wil immers dat we goed voor Zijn schepping zorgen. Voor mij komt daar alles in samen. Ook Koos van Noppen (werkzaam bij de IZB) beschrijft dat mooi in zijn pamflet ‘Messentrekkers bij de Nachtwacht’.

We staan collectief schuldig. We kunnen zelfs de omvang van onze schuld amper peilen. Het probleem loopt ons aan alle kanten over de schoenen. Erbarm U over ons.

Ook Van Noppen bepleit dat wij terug moeten naar een eenvoudiger leven.

Als gezin kopen we minder nieuwe spullen en juist meer tweedehands. We denken echt drie keer na over een aankoop en proberen in alles afval te verminderen.  Bovendien waak ik voor impulsaankopen. Dat begint al bij de NEE NEE-sticker op de brievenbus van onze voordeur. Stoer gezegd laat ik mij niet leiden door wat anderen willen dat ik koop, maar ik denk zelf goed na. Als een ‘poortwachter’ beoordeel ik wat ons huis in komt. Dat maakt bewust. Ook bij de kinderen. Zodat ze begrijpen waarom we niet langer gratis speeltjes meenemen uit de supermarkt. Daar wordt immers niet mee gespeeld, terwijl het wel grondstoffen heeft gekost.

Door te minimaliseren weet je precies wat je hebt en waar het ligt. Ik hoef niet te zoeken en ik koop geen spullen dubbel. Mensen verwarren minimaliseren nog wel eens met opruimen. Ik zeg vaak: opruimen is gewoon beter organiseren, minimaliseren is alleen overhouden wat je echt gebruik. En ja, dat is rigoureus. Maar het hoeft ook niet allemaal in een week te gebeuren.

Het heeft bij mij ruim vijf jaar geduurd om te komen waar ik nu ben. Daardoor is veel veranderd. Mijn manier van kijken, beoordelen. Waar komen al mijn spullen vandaan?  Onze winkels liggen vol spullen die door kinderhanden zijn gemaakt. Bijna dagelijks gaan nieuwe, grote discounters open in Nederland. Met spullen voor een prikkie. Maar wie betaalt de echte prijs? De dagloner in een derde wereldland? De aarde? Ik vind dat we hierin onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Zoals ’t ook in dat lied is omschreven: ‘We hebben Gods natuur gepacht maar nooit meer aan de huur gedacht. (uit Liedboek voor de kerken, gezang 61).

Zelfs als we voor minder gaan, geeft God meer dan genoeg. In ons gezin streven we steeds meer naar eenvoud. Leven met minder spullen en bevrijd zijn van dwingend materialisme; ik kan het iedereen aanraden!

Gera van den Berg (1975) woont in het dorpje Hierden op de Veluwe, en geeft dagelijks tips over minimaliseren op haar Facebookpagina en website Op Orde! Minimaliseren in het gezin. Ook schreef zij hierover een gelijknamig boek.

geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *