geloof. rechtvaardigheid. toekomst.

3 augustus 2018

Interview met Werner Pieterse

In Waar ik je zoek vertelt theoloog Werner Pieterse de eeuwenoude Bijbelverhalen opnieuw, begeleid door verwijzingen naar film, kunst, filosofie en poëzie. Speciaal voor nieuwheilig.nu gaat Janneke Stegeman met hem in gesprek – over zijn liefde voor de Bijbel, woorden die verandering brengen en de heftigheid van God.

Waar komt je liefde voor de Bijbel vandaan?

Ik kom uit een kerkelijk, open gezin. We waren ouderwets hervormd: iedereen ging naar de kerk. Ik was een gelovige jongen, bevindelijk, Gerard Reve-achtig, met  een sterk gevoel voor taal. Theologie studeren in Utrecht was een schok: veel studenten kwamen uit de Gereformeerde Bond, dus uit een veel traditionelere vleugel van de kerk dan ik. Ik had een soort antireactie en wilde niets met kerkgeschiedenis of de Bijbel te maken hebben. Dat was hun terrein. Dus ik verdiepte me in sociologie en psychologie. Pas toen ik in Amsterdam de kerkelijke opleiding deed, ontdekte ik daar Bijbelse theologie. Er ging een wereld voor me open. Barth, zijn tegenover-theologie, aandacht voor grondteksten… Het was groots en meeslepend, en ook heel Duits.

Voor mijn afstuderen verdiepte ik me in de verbrokkeling van de grote verhalen. Het was de tijd van het einde van de ideologie, de val van de muur in Duitsland. Hoe vind je dan een weg zonder die vanzelfsprekende bedding? Het was tegelijk ontheemd zijn en ook bevrijd zijn. Die twee gaan vaak samen.

Het was ook een tijd waarin ik me afzette tegen de Zeeuwse burgerlijkheid waarin ik opgroeide. Achteraf gezien was dat nogal risicoloze en comfortabele kritiek. Ik ben een keer naar een demonstratie geweest, verder was het vooral praten – over Nietzsche. Misschien dat ik daarom nu allergisch ben voor te makkelijke kritiek. We hebben wel iets te doen, maar niet zo groots. Het kan zo makkelijk worden. ‘Mooi gezegd, dominee.’ Maar wat kost het ons om die woorden te spreken? Veel kleiner, met je naaste.

En toch doe je ook dingen die verder reiken dan het plaatselijke: toen de groep ongedocumenteerden van We Are Here neerstreek in Amstelveen, volgde protest. Je schreef niet alleen aan het gemeentebestuur van Amstelveen een brief, maar ook aan de Volkskrant

Ja, ik trok van leer. Zoals in Deuteronomium staat: gedenk dat je zelf vreemdeling bent geweest. Woede is een belangrijke motor. Wij zijn de stem die politici tot actie oproept. Een Amstelveense politicus zei dat hij de brief aan de gemeenteraad niet sterk vond: er stond niet in hoe het dan wel moest. Maar het zaaide wel verwarring, zei hij. Dan was het dus wel een goede brief, denk ik. Die verwarring hebben we nodig. Kijk, in de jaren ’80 dachten we dat wij meetrokken in de stoet van de Messias. Nu denk ik: we zitten misschien eerder in Jericho, met de poorten dicht. Die stad gaat instorten.

Nu denk ik: we zitten misschien eerder in Jericho, met de poorten dicht. Die stad gaat instorten.

Je schreef:  ‘“Weg jullie, weg!” roepen we. […] En zo zijn ze weer vertrokken. Wij vervolgen ons leven, steeds banger gelovend in ons ideaal: een veilig, aangeharkt dorp vol brave burgers.’ Is Amstelveen te tam voor de Bijbel?

Of de profetenteksten te heftig. Het gaat er allereerst om dat je die heftigheid durft te zien. Het aangaan van die verhalen, het geweld, zonder dat dicht te smeren. Het is nogal wat. De verwoesting van Ai, door zo’n verhaal kom je bijna niet heen. We maken van God een teddybeer-god. Ik wil ook stilstaan bij de heftigheid van God. En bij de vraag met wie wij ons dan identificeren. Hoe verhouden we ons tot de teksten die we graag lezen, zoals ‘Troost, troost, mijn volk’ uit Jesaja. Dat gaat over groots verlies en oorlog, misschien zoals mensen in Syrië nu beleven. Ik weet niet eens of wij dat kennen, of die tekst voor ons toegankelijk is. Of gaat het toch ook over waxinelichtjes in het stadshart van Amstelveen?

Wat is jouw roeping?

Dan ga ik veel te vrome taal uitslaan natuurlijk. God ter sprake brengen. Om mensen schoonheid te laten zien, echtheid, emotie, het volle leven. Ik ben gemakkelijk raakbaar en ik laat dat ook steeds meer toe. Dat komt ook door het contact met de schriften en het gemeentewerk. Mijn hele boek gaat eigenlijk over de stem van de roeping. Roeping is iets vernomen hebben waarom je dit moet doen. Het is aangeraakt zijn door God, door een geheim woord. Ik ben aangeraakt, anders kan ik dit werk niet doen.

Een voorbeeld: een basisschool uit de buurt komt een aantal keer per jaar naar de kerk en dan vertel ik een verhaal. Dit keer het verhaal van de vader met de twee zonen, dat we kennen als het verhaal van de verloren zoon. Maar eigenlijk is dat een gekke naam. Ik vertelde dat de zoon die thuisblijft een bank maakt. En dat die vader er nooit op gaat zitten. Waarom zou dat zijn, vroeg ik. Een kind zei: omdat hij wacht op zijn zoon. Dat ontroert me, dat zo’n jongetje precies aanvoelt waar het verhaal over gaat.

Roeping is iets vernomen hebben waarom je dit moet doen. Het is aangeraakt zijn door God, door een geheim woord.

Er kunnen woorden gesproken worden die van zo’n groot belang zijn dat ze  mensen veranderen. Mijn vrouw werkt in de jeugdhulpverlening. Daar gebeurt dat ook: in gezinnen waar alles stuk is kunnen woorden worden gesproken die verandering brengen.  Mijn roeping is: ruimte maken voor die woorden, geduld voor die woorden.

Daar probeer ik ruimte voor te maken, voor schoolkinderen, studenten, mensen die verder niet met geloof in aanraking komen. Om te laten zien dat in die Bijbelverhalen ruimte zit voor ‘dit ben ik en dit ben jij’. Misschien is dat genoeg.

 

 

 

En misschien ook niet?

Ja, daaroverheen bestaat Trump ook nog en is er veel in deze wereld waar ik naar van word. En toch is dit het enige wat we hebben: het getuigenis van een God die met mensen optrekt en zich ten dienste stelt van humaniteit, en niet mensen ten dienste van godsdienst. Die spreekt uit de verhalen, een verhaal dat heel humaan is. Een enkeling die de hele schepping belichaamt. Mozes en Samuel als twee enkelingen. De rest verzuipt. Het is heel dun en die dunheid kunnen we bijna niet aan. Liever doen we alsof we allemaal Mozes zijn.

Kan het ertegenop? Ik weet het niet.

Met je boek wil je de Bijbel weer toegankelijk maken. Juist ook voor mensen uit de kerk?

Het grootste gevaar is misschien dat van een gepolijste lezing. Het is een heel ingewikkeld en weerbarstig boek, zoals het leven is. Dat wil ik boven tafel krijgen. Het gaat altijd over nu. Ik ben een beetje baldadig ten opzichte van de Bijbel in gewone taal: het is zo’n bevoogding, alsof mensen het anders niet snappen. Nee, denk ik: door die eenvoudige taal snappen ze iets anders misschien heel goed, maar niet de tekst.

Het leven is weerbarstig en wij hebben de neiging al die weerbarstigheid naar de rand te duwen. Zoals we dat doen met vluchtelingen. We zijn obsessief met veiligheid bezig. Ieder risico moet uitgebannen.

In de Bijbel leer je dat het eerste ik niet de mens is, maar de Allerhoogste. Dat zet de mens in een relatie. We zijn hier niet om zogenaamd autonoom te doen wat je wilt. We dreigen iets heel wezenlijks te verliezen: ik woon tegenover een uitvaartwinkel. Daar is de dood heel leuk gemaakt. In de kerk hebben we soms ook die neiging: we roepen iets wat de dood draaglijk wil maken, maar de dood is ook een gruwel. Zo verbergen we de scherpe kanten die ook bij het leven horen en raken dan overstuur van bijvoorbeeld We Are Here. We willen het niet zien. En daar maak ik zelf ook deel van uit. Het is onze bestemming om de ander ruimte te bieden, het is niet onze natuur om dat te doen. De ander is niet altijd leuk, maar soms fucking irritant.

In de Bijbel leer je dat het eerste ik niet de mens is, maar de Allerhoogste.

Heeft een kerk betekenis als plek van heiligheid?

Dat zo’n plek er is, is ook belangrijk als je er nooit naar binnen gaat. Zoals bij een synagoge: die heeft een enorme uitstraling.  Voor veel meer mensen dan het kleine groepje dat er daadwerkelijk naar een dienst gaat. Het zijn plekken waar je de aanwezigheid van God niet uitsluit en wel faciliteert. Waar God wel eens ter sprake zou kunnen komen. Ik droom van een plek in het stadshart van Amstelveen, zoals in Museum Voorlinden. Kunstenaar James Turrell ontwierp daar een Skyspace: een ruimte met een vierkant gat in het dak met banken eromheen. Mensen verstillen als ze daar binnen komen. Je ervaart de lucht op een heel nieuwe manier. Plekken van verstilling en verwondering, die hebben we nodig. Daar hoeft misschien niet zoveel te worden uitgelegd. Het woord moet gewoon geschieden.

En toch wil jij ook het een en ander uitleggen in je boek.

Ja. In het boek vind je een aantal sleutelteksten uit de Bijbel. En daarbij staat dan informatie over de context, een kunstwerk dat voor mij raakt aan de tekst en dan in rood mijn commentaar. Dat is tastend en suggestief. Soms vinden mensen dat moeilijk. Ga je ook zeggen hoe het zit? vragen ze. Maar het antwoord moet verborgen blijven. Verhulling verdragen we slecht, kijk maar naar hoe nerveus sommige mensen worden van moslima’s die een hoofddoek dragen. De sluier moet af. Gij zult onthuld.

In Waar ik je zoek vertelt Werner Pieterse het grote verhaal van God en mens opnieuw; twaalf verhalen woord voor woord, om langzaam te lezen, met beelden voor wie de woorden wil zien. Dit zijn de verhalen die diep in ons geworteld zijn – overal keren ze terug: in de kunst, in film, in poëzie.

Werner Pieterse is predikant in de Protestante gemeente Amstelveen-Buitenveldert. Daarvoor werkte hij in Muiderberg en Heinkenszand en als docent theologie in Kameroen. In 2014 verscheen zijn eerste boek Wat blijft. God na de kaalslag. Lees meer over zijn boeken, inspiratie en columns op www.wernerpieterse.nl.

geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *