geloof. rechtvaardigheid. toekomst.

5 november 2018

SlowFood- Het dialoog rondom ‘het onze vader’

Wat ik signaleer, en wat mij zorgen baart, is dat we nauwelijks meer in gesprek komen over wat ons ten diepste bezighoudt. Het ontbreekt ons aan een gezamenlijke ruimte en taal om te spreken over hoe te leven, wat we met elkaar te maken hebben, wat we hier te doen hebben en wat goed (samen)leven is en waarom. We kunnen het gesprek over hoe we willen en kunnen leven nauwelijks meer kaderen noch voeren. Terwijl de behoefte aan spiritualiteit en zingeving groot is.

De filmtitel Lost in translation verwoordt de spraakverwarring waar wij als samenleving aan lijden. We zijn met elkaar verdwaald in onze eigen talen en vertalingen en zien door de bomen het bos niet meer.

Een aantal jaar geleden zag ik een kunstwerk van de Israëlische kunstenaar Navid Nuur met als tekst: ‘It is not about getting lost in translation but about translating that which is lost.’ (In plaats van verdwaald te raken in vertalingen gaat het om vertalen, om herijken wat verloren is gegaan.)

Via deze kunstenaar kreeg ik woorden voor een, in mijn ogen, belangrijke kwestie. We verstaan elkaar nauwelijks meer. Nu we steeds minder aan georganiseerd geloof doen, hebben we het gesprek over het leven, het levensbeschouwelijke kader, met het badwater weggegooid.

Nu alles zo druk en veeleisend is aan de buitenkant hebben wij onze binnenkant verwaarloosd. Er is een verlangen, al dan niet onbewust, naar een nieuwe en andere manier van denken, voelen en (samen)zijn. Naar een spiritualiteit van onderop, van het hoofd én het hart, die ons met elkaar verbindt en ons richting geeft. Een manier van denken en leven waarin we ons minder eenzaam voelen. Want we hebben gezamenlijk wel degelijk iets te bewaren vanuit ons breekbare leven, onze onderlinge afhankelijkheid en onze verhouding tot het mysterie van ons bestaan.

Tegen deze achtergrond hebben wij een jaar lang een schrijverscollectief gevormd[1]; een ‘wij’ in het klein, breder dan de christelijke traditie alleen. De leden van deze groep hebben verschillende achtergronden, zijn van verschillende leeftijden en komen uit drie verschillende monotheïstische tradities maar zijn allemaal in voor gesprek.

Samen wilden we ons oefenen in het voeren van levensbeschouwelijke gesprekken. Want als we al met elkaar in gesprek komen dan laten we onze eigen religieuze traditie liever achter onze eigen voordeur. Onze religieuze tradities belemmeren onze ontmoetingen eerder dan dat ze ons helpen: we vervallen al snel in scherpe oneliners of beelden van elkaar om greep op de zaak te krijgen of omdat het marketingtechnisch lekker bekt. Bovendien komen gelovigen onderling vaak niet verder dan scherpslijperij over abstracte dogma’s, teksten of vertalingen. ‘Lost in translation.’ Met als gevolg dat de wezenlijke zaken, die ons raken en die ons helpen om ons te oriënteren, te weinig aan bod komen.

In deze groep zijn we de uitdaging aangegaan. We hebben getracht elkaar te ontmoeten als mensen én als dragers van onze verschillende tradities. We spraken af geen dogmatische taal te gebruiken maar wel meer te bieden dan gratuite en naar binnen gekeerde spiritualiteit.

Als groep poogden we woorden en ingangen te vinden om op een oprechte en kwetsbare manier te delen wat ons bezighoudt. Vanuit onze eigen levens en harten, in gesprek met elkaar en de samenleving waar wij deel vanuit maken. We wilden samen een andere ruimte, een tegenruimte, zoeken in een samenleving waarin een eenzijdige focus ligt op autonomie en de macht van het individu. Op presteren, nut, genieten en succes. We noemden deze ruimte ‘heilige ruimte’. ‘Translating that which is lost.’ We wilden bewaren en herijken wat er volgens ons verloren is gegaan.

Wij zochten gezamenlijk naar verloren gegane heilige ruimte en probeerden heilige ruimte te zijn met elkaar in hoe wij met elkaar in gesprek gingen. En daarmee bedoel ik dit: in de publieke ruimte gaat het vaak over winnen en succes hebben; debatten gaan over wie er wint en gesprekken gaan over problemen of over hoe we iets beter kunnen regelen of kunnen oplossen. Een debat wordt een heilige ruimte als het niet meer gaat over wie er wint, maar als de gesprekspartners er wijzer van worden, zelfs al worden ze het niet eens. Een gesprek wordt waardevol als er niet direct iets hoeft te worden opgelost of geregeld, maar als er aandacht is en als ook wat ongemakkelijk of pijnlijk is er mag zijn, om die wollige woorden te gebruiken. Als we het uithouden met wat niet lukt en het onvolmaakte leven vertrouwen.

We oefenden dat gesprek aan de hand van regels uit het Onze Vader[2], een eeuwenoud en wereldwijd bekend gebed, omdat het al vele generaties lang gebruikt wordt als oriëntatiepunt voor wat belangrijk is. Dit gebed herbergt grote menselijke thema’s in zich en verwoordt in een paar zinnen als het ware een geconcentreerde versie van het leven.


Nadat Claartje Kruijff in 2017 werd verkozen tot Theoloog des Vaderlands, stelde zij een interreligieuze gespreksgroep samen van theologen uit de christelijke, joodse en islamitische traditie. Samen dachten zij een jaar lang na over het eeuwenoude gebed Onze Vader. Dit resulteerde in een grote verzameling brieven, columns en gespreksverslagen. In dit boek brengt Kruijff het mooiste uit deze verzameling bijeen.

 

 


In dit gebed komen thema’s voor die wezenlijk zijn voor hoe wij (samen)leven. We kwamen zeven keer[1] als groep bij elkaar en hebben in wisselende tweetallen steeds aan een gebedsregel gewerkt.

De eerste maanden hebben we elkaar brieven geschreven. Vervolgens hebben we elkaar geïnterviewd. We werkten mee aan een serie duo-interviews in Trouw; en Marije Hage sprak met anoniem gebleven mensen aan de hand van een beeld dat voor hen van waarde is, tegen de achtergrond van een van de gebedsregels. Hier en daar schreef iemand nog iets anders: een column, een brief of een visioen.

Na het herlezen van de hoofdstukken kwamen er bij mij telkens inzichten en/of vragen naar voren. Die heb ik aan het eind van de meeste hoofdstukken genoteerd. Wellicht herken je je in deze inzichten – of juist niet.

We namen als groep de tijd met elkaar en zochten diepgang en concentratie. We hoefden niet snel en puntig op elkaar te reageren. De titel Slowfood is in deze zin een goede weergave van een jaar lang denken, schrijven en spreken.

In deze bundeling lees je een selectie van ons jaar van ontmoeting: van samen optrekken, denken, schrijven en spreken. Het boek is in zeven hoofdstukken opgedeeld. Eén voor iedere gebedsregel.

  1. Onze Vader

Het eerste woord van dit gebed roept meteen een vraag op. Want wie is ons? Is ‘ons’ onze eigen familie of ons voetbalteam of gaat het om een breder en groter ‘ons’? Het is niet mijn Vader, maar ónze Vader. Het gaat niet alleen om mijn brood, maar om dat van ons. Het gaat niet om mijn vergeven alleen maar om dat van ons.

Vader is een spannend beeld waar velen afstand van hebben genomen omdat ze er negatieve associaties bij hebben vanwege hun eigen vader bijvoorbeeld of vanwege patriarchale en onderdrukkende structuren. Maar er gaat ook iets verloren als we geen gezamenlijk oriëntatiepunt meer hebben, een gezamenlijk dak waar we onder schuilen kunnen. Een dak waar we gezamenlijk onder leven als elkaars naasten.

  1. Heilig

Onze maatschappij lijkt ontheiligd, niets of niemand lijkt ons meer heilig. Totdat een geliefde burgemeester sterft, we een pasgeboren baby in onze armen hebben of ons midden in de natuur verwonderen over al wat is. Wanneer we iets of iemand heiligen dan maken we plaats, nemen we onze hoed af of maken we een buiging. Dan stellen we onszelf niet centraal. Er gebeurt dan iets wat ons ontglipt, iets van een andere orde.

  1. Koninkrijk

Dit koninkrijk gaat over een andere wereld, een soort tegencultuur waar de heersende normen worden uitgedaagd en op zijn kop worden gezet. In de Bijbel staan intrigerende zinnen als: in de wereld zijn, maar niet van de wereld. Wat dat precies betekent is helemaal niet eenvoudig. Maar het geeft een gevoel van vrijheid: met beide benen in de wereld staan, maar er niet door opgeslokt worden.

  1. Wil

De wil is een interessant thema in onze tijd. Wij zijn immers het begin en eind van ons eigen leven. We willen ons eigen leven zoveel mogelijk zelf vormgeven. Naast alles wat we in de hand hebben en willen of denken te willen, wordt ons leven grotendeels gevormd en gekenmerkt door dingen die we niet zelf hebben bedacht. En van de weeromstuit zoeken we dan voor alles direct een oplossing. We willen de regie houden en alles fixen.

Wij zijn als mens en ook als maatschappij, als systeem, tegen onze grenzen aangelopen. Meer en meer lijkt het alsof we het met onze wil alleen niet redden.

 

  1. Ons dagelijks brood

We leven in Nederland grotendeels in overvloed terwijl velen op de wereld niet of nauwelijks te eten hebben. Hoe zit het met die grote verschillen tussen zij die hebben en die niet-hebben? Eten doen we dagelijks, maar brood kun je ook verstaan als dat wat je nodig hebt om verder te kunnen. Als geestelijk voedsel. En dan gaat het niet alleen om dat wat jij nodig hebt, maar om wat wij nodig hebben. Geef ons. Het gaat niet om de zorgen van morgen, maar om het heden, om vandaag.

 

  1. Vergeef ons onze schulden

Vergevingsgezindheid lijkt ver te zoeken in onze maatschappij. Het voelt alsof we leven vanuit de idee dat onze levens en identiteiten scherp begrensd zijn en dat we daardoor makkelijk kunnen aanwijzen wie schuld heeft en wie niet. Het ligt helemaal buiten ons, of het is alleen onze schuld. Onze samenleving voelt onbarmhartig aan. Wie zich brandt moet op de blaren zitten, waar rook is, is vuur. We oordelen gauw en makkelijk, dikwijls zonder de feiten te kennen. Terwijl vergeving en schuld grote, gelaagde en complexe onderwerpen zijn, die met elkaar samenhangen.

 

  1. Verlos ons van de boze[2]

We zijn allemaal bij tijd en wijle op zoek naar verlossing. Uit een te hectisch en stressvol bestaan, uit een dwingend systeem of uit een moeizame of pijnlijke situatie.

De boze/het kwaad is tegelijk een groot en een klein thema. Kwaad associëren we gauw met groot en extreem geweld. We signaleren het en leggen onze vinger erop. Maar is het zo simpel?

En wat hebben wij zelf met het kwaad te maken? Er staat immers: verlos ons van het kwaad.

 

Hoe kun je dit boek gebruiken?

  • Als aanzet voor vervolggesprekken in gespreksgroepen. Je hoeft niet gelovig te zijn of met de kerk of een religieuze traditie vertrouwd te zijn om samen over deze wezenlijke thema’s te spreken. De inzichten en vragen aan het eind van elk hoofdstuk kunnen fungeren als handvatten voor verder gesprek.
  • Als ‘slowfood’ voor jezelf. Als je op zoek bent naar meer diepgang, betekenis en richting dan is dit boek voor jou interessant. Je krijgt onderwerpen voorgeschoteld om over na te denken.
  • Als voorbeeld voor het voeren van levensbeschouwelijke gesprekken. Hoe kun je van elkaar leren en wijzer worden? Hoe kun je een onderwerp benaderen zonder te belanden in een discussie over het eigen gelijk?

 

De volgende mensen maakten deel uit van het schrijverscollectief:

Arjan Broers (48), katholiek, theoloog

Bij Arjan thuis werd het Onze Vader gebeden voor het eten. In perioden van verwarring ervoer hij het gebed als een thermometer: bij bepaalde zinnen sloeg hij aan, en merkte hij ontroering, of boosheid. Nu bidt hij het Onze Vader aan tafel met zijn jongste zoon. Zijn oudste ‘houdt beleefd zijn mond’.

Marije Hage (35), protestants, predikant

Marije kent het Onze Vader van huis uit en bidt het in de zondagse kerkdienst. Thuis gebruikt ze het sporadisch.

Lody van de Kamp (69), joods, rabbijn

De joodse traditie kent het Onze Vader niet, wel herkent hij elementen uit het gebed vanuit zijn achtergrond. Lody leerde de woorden van vriendjes op zijn openbare lagere school. Hij komt het gebed nu soms tegen bij spreekbeurten in de kerk. ‘Ik luister, ik bid niet mee. Het gebed is voor christenen iets anders dan voor joden, dat moet je niet door elkaar halen.’

Claartje Kruijff (46) protestants, psycholoog en theoloog

Claartje las het Onze Vader op de vergeelde boekenlegger die haar grootmoeder bij zich had in het jappenkamp, en sindsdien laat het eeuwenoude gebed haar niet meer los.

Inger van Nes (32), protestants, psycholoog en theoloog

Bij Inger werd het Onze Vader thuis gebeden. Als kind dacht zij dan: wat heeft God met ons brood te maken? Later zetten de zinnen haar in moeilijke situaties aan het denken. Na een ernstig fietsongeluk raakte ze verwikkeld in een rechtszaak over haar uitkering. Toen werd het ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ een stuk relevanter.

Enis Odaci (42), alevitisch moslim, journalist

Enis associeert het christelijke gebed met gebeden uit de islamitische traditie. In een klooster las hij het Onze Vader in de stilte van de nacht. Hij ervoer daar de lading van deze spirituele tekst.

 

Claartje Kruijff

[1] We hebben ons gericht op de eerste zeven regels van het gebed (tot en met ‘maar verlos ons van de boze’).

[2] ‘Verlos ons van het kwaad’ is de katholieke versie. In dit boek hebben we gekozen voor ‘Verlos ons van de boze’, maar we noemen in het betreffende hoofdstuk meerdere malen ook het kwaad.

 

 

 

 

 

[1] In de context van mijn benoeming tot Theoloog des Vaderlands heb ik aanspraak kunnen maken op het Vermeulen Brauckmanfonds ter ondersteuning van dit project.

[2] Er zijn verschillende versies van het Onze Vader. Wij kozen voor de oecumenische versie.

Tags:

geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *