geloof. rechtvaardigheid. toekomst.

7 mei 2018

Vrijheid blijheid?

Er zijn in onze tijd weinig mensen die bij vrijheid niet een warm gevoel krijgen. Sterker nog, vrijheid is voor bijna iedereen een vanzelfsprekende positieve waarde. Wie ‘vrijheid’ zegt, zegt ‘natuurlijk!’ Andere woorden en waarden staan in deze jaren onder druk, ze klinken gedateerd: denk aan diversiteit, solidariteit of seculariteit. Maar vrijheid blijft het toverwoord van onze cultuur. Een uitvoeriger versie van deze blog zal verschijnen in het boek Is vrijheid altijd blijheid?, dat Laurens ten Kate samen met Janneke Stegeman, Enis Odaci, René ten Bos en Wies Houweling schreef.

 

Die onbesproken status van de vrijheid heeft in de Europese geschiedenis oude papieren. Zo’n vijfhonderd jaar geleden waren de zogenaamde vrijsteden plekken waar de macht van kerk en adel zich minder kon laten gelden: schrijvers, kooplieden, filosofen en kunstenaars vonden er de bescherming om te experimenteren en te vernieuwen. Diezelfde tijd was een periode van godsdienstoorlogen: Nederland kende toen een groot aantal vrijsteden, waar men de godsdienstvrijheid respecteerde. En we kunnen nog veel verder terug in de geschiedenis: in het Bijbelse Israël had je vrijsteden waarin allen die een misstap hadden begaan zonder misdadiger te zijn (bijvoorbeeld wanneer je per ongeluk iemand had vermoord) zonder vervolging konden leven.

De aantrekkingskracht van deze vrijplaatsen was groot, en terecht: het waren revolutionaire plekken waar iedereen zichzelf kon zijn. Maar de revolutie is nu mainstream geworden. De vrijheid van de vrijsteden wordt weerspiegeld in het beeld dat steeds meer mensen van zichzelf hebben, juist in onze tijd. We zijn vrije individuen in een vrije wereld van vrije zelfontplooiing. De Canadese filosoof Charles Taylor spreekt in zijn boek Een seculiere tijd in dit verband over het ‘omsloten zelf’. Vrij zijn betekent allereerst: jezelf, je eigenheid afgrenzen. Taylor noemt het ook wel het ‘ethos van de authenticiteit’ – nog zo’n toverwoord in onze taal: wie wil er niet authentiek zijn? Authentiek is altijd goed, is cool, is…vrij!

Maar deze betoverende vrijheid heeft haar schaduwzijden. Ze zit in ons culturele DNA, maar ze stuit in onze tijd op haar grenzen: de vrijheid van de vrije markt.

De laatste grote ideologie van vandaag, het neoliberalisme, lijkt hopeloos achter de feiten aan te lopen. Efficiency, rendement, functionaliseren en flexibiliseren zijn de mantra’s van oprukkende managers en terugtrekkende overheden. Gaan een gezonde publieke sector en neoliberalisme wel samen? Ik denk het niet. Een voorbeeld.

Het permanente ondernemerschap, zoals dat ons wordt voorgehouden in de retoriek van sommige vacaturebanken, is keihard en sluit veel mensen uit. We kennen de reclamespots van Tot maandag: ‘Volgens ons zijn er twee soorten mensen. Mensen die opzien tegen de maandag. En mensen die de maandag zien als een frisse start van de week. Die het verschil maken.’ ‘Onze mensen beschikken over werklust, lef, focus, en zijn snel, verrassend en fris.’

De mensen waarover de marketeers van Tot maandag hier spreken, brengen niet alleen maar vrijheid: wie ‘het verschil wil maken’, drukt anderen weg, anders gaat het niet. Gezonde competitie, zeggen we dan. Maar wie het verschil niet kan maken, hoort bij de verkeerde ‘soort mensen’.

Ik kan begrijpen dat mensen over dit soort vrijheid boos worden. Want ze laat de mensen aan hun lot over.

En zijn de succesvolle professionals van Tot maandag zelf eigenlijk wel vrij? Ik denk het niet.

Mensen met ‘werklust, lef en focus’ beantwoorden aan een heel formeel en neutraal mensbeeld: dat van de ondernemende mens. Hij of zij is een speler op de markt, en zo zijn we idealiter allemaal spelers op de markt: helemaal geen ‘verschil’, iedereen in dezelfde functie. Levensbeschouwelijke, culturele, religieuze, sociale tradities en de grenzen, de verschillen die ze met zich meebrengen, spelen niet mee op de markt. Ze worden als hinderlijk gezien.

Als mensen hun vrijheid op eigen houtje te gelde moeten maken, zijn we de vrijheid al lang weer kwijt.

Want zo werkt vrijheid niet: vrijheid wordt ons gegeven, door de anderen, door de verbanden waarin we leven…door de publieke ruimte. De vrijheid van het verschil maken staat tegenover de vrijheid van het delen. Ik vind dat vrijzinnigen en humanisten zich voor deze tweede vrijheid sterk moeten maken, al is ze tegennatuurlijk, als klinkt ze niet zo modern, en al weten we nog lang niet wat ze inhoudt. Deze ‘vreemde vrijheid’, zoals de Franse schrijver en filosoof Albert Camus haar ooit noemde, heeft voor mij de toekomst.

Laurens ten Kate is filosoof en religiewetenschapper en hij doceert Vrijzinnige religiositeit en Humanisme aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

Een uitvoeriger versie van deze blog zal verschijnen in het boek Is vrijheid altijd blijheid?, dat Laurens ten Kate samen met Janneke Stegeman, Enis Odaci, René ten Bos en Wies Houweling schreef.

 

 

 

 

 

 

 

Zie verder ook Ten Kates De vreemde vrijheid. Nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid en humanisme in de 21ste eeuw (Sjibbolet 2016).

Auteur: Laurens ten Kate

geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *