geloof. rechtvaardigheid. toekomst.

25 september 2018

Waarom, in godsnaam, regent het op koninginnedag?

Vroeger twijfelde ik nauwelijks aan het bestaan van God. Het was voor mij klip en klaar: God bestond. Maar één keer in het jaar twijfelde ik toch. Op Koninginnedag. Want, zo had ik bedacht. Iedereen wil mooi weer op Koninginnedag. Maar soms regende het. En dat snapte ik niet.

Ik snapte natuurlijk wel dat regen ergens goed voor is, voor de boeren, voor het land. Je zou mij ook niet horen klagen over een buitje dat mij net even onhandig uitkwam. God kan niet met iedereen rekening houden. Logisch.

Maar hoe kun je een regenbui op Koninginnedag verantwoorden? Iedereen wil naar buiten, alle activiteiten zijn buiten en iedereen hoopt op mooi weer. Niemand wil regen. Wat is de moeite voor God om dat dan ook te regelen? Dat zou voor hem toch ook leuker zijn?

Blije, gelukzalige gezichten. Spelende kinderen in het gras. Mensen die spulletjes verkopen op straat. Andere kinderen die met drumstel laten zien wat ze hebben geleerd. Leuk. Mensen nestelen zich in de prille lentezon. Misschien vinden ze voor even hun geloof weer terug of ze knipogen naar God. Bedankt! Een heerlijke dag.

Hoe moeilijk kan het zijn?

God leek lak te hebben aan Koninginnedag. Onbegrijpelijk.

Waarom het regent

Vroeger, op de zondagsschool ging het over het kwaad in de wereld. Regen. Ik leerde dat het kwaad was gekomen toen de eerste mensen, Adam en Eva, iets deden wat God verboden had. Je kent het verhaal vast.

God schiep de wereld in perfecte staat. Nooit regen op koninginnedag. Voor de twee mensen die hij schiep, maakte hij de perfecte tuin: de Hof van Eden. Er was geen moeite, er was geen pijn en er was geen lijden. Alles klopte, alles was in harmonie.

Maar er was iets geks met die tuin. In de tuin stond een boom die ‘de boom van kennis van goed en kwaad’ heette. En God had de mens verboden van die boom te eten. Vreemde opdracht, want als iedereen weet hoe mensen in elkaar zitten. Als je iemand iets verbiedt, dan weet je dat-ie vanaf dat moment het juist gaat willen. Vroeg of laat beginnen Adam en Eva van die verboden vrucht te eten.

Op de zondagsschool leerde ik hoe daar de chaos begon. Alle chaos. Alle chaos ooit ter wereld. Natuurrampen, oorlogen, dierenleed en ga zo maar door. En dat was de schuld van Adam en Eva. Maar, zo werd erbij gezegd: ook onze schuld. Want Adam en Eva staan voor de mensheid in het algemeen. Jij zou hetzelfde hebben gedaan. Jouw schuld, mijn schuld. Zoiets. Regen op koninginnedag – eigen schuld, dikke bult.

Ik geloof dat niet meer. Als het regent op koninginnedag, verbind ik dat niet meer aan God. Volgens mij leidt dat tot hele nare theorieën. Regen – God. Kanker – God? Auschwitz – God?

Het gebed van paus Fransiscus

Paus Fransiscus vindt het ook lastig, zo las ik laatst. Hij wil de vertaling van het beroemdste gebed uit de bijbel aanpassen, het Onze Vader. Vroeger leerde ik: ‘leid ons niet in verzoeking’. Dat betekent zoiets als: test me niet uit. Ga alstublieft niet uitproberen of mijn geloof tegen een stootje kan. Breng me niet in dusdanig veel ellende, dat ik ga denken: ik geloof het niet meer.

Maar Paus Fransiscus zei: God veroorzaakt geen ellende. Dat is een misvatting. Hij leidt ons niet in verzoeking. We brengen onszelf in verzoeking. Of de duivel doet dat. We kunnen dus beter vertalen: ‘laat ons niet in verleiding vallen’ is dan beter. Want, zegt hij: ‘ik ben degene die valt, het is niet zo dat Hij me duwt’.[1] Het lijkt een klein onderscheid. Maar de Paus vindt het van groot belang.

Volgens mij helpt dit nauwelijks. Dit blijft een lastig punt.

Ik hoorde laatst een andere uitleg van het verhaal in het paradijs. Deze uitleg gebruikt het paradijs-verhaal als een beeld van iets dat ieder van ons heeft meegemaakt. Toen we nog kinderen waren. Het hielp mij.

Kinderparadijs

De wereld was een boeiend geheel, het leven was goed en interessant. We waren (in de meeste gevallen) geborgen bij onze ouders, wie maakte ons wat? Het Hof-van-Edengevoel. We waren ons onbewust van de mogelijkheid van kwaad.

En op een dag gebeurde het: we deden iets waarvan we ons direct realiseerden dat het foute boel was. Een snoepje gejat, een vriendje echt hard geslagen, onze moeder uitgescholden. De eerste zonde. Sommige mensen kennen dit gevoel nog. We voelden het in heel ons wezen. Het was een eerste, aangrijpende ervaring van spijt.

Mijn ervaring was deze: ik moest de afwas doen met mijn jongere broertje. Ik weet niet meer hoe oud ik was, maar ik zal rond een jaar of vijf zijn geweest. Een eerdere herinnering heb ik niet. Hij afwassen, ik afdrogen. We stonden in de keuken voor het raam. Ik had er de pestpleuris in en mijn broertje moest het ontgelden. Terecht ook wel, want hij deed iets fout. Zo vond ik dat. En dus schold ik hem verrot. Al mijn boosheid op mijn kleine broertje. Als ik vijf was, dan was hij net 4.

Maar hij reageerde anders dan de bedoeling was. In plaats van terug te schelden brak hij uit in tranen. ‘Sorry-y-y!’ riep hij. Sorry voor mijn bestaan, zat er in die kreet. Sorry dat jij je zo chagrijnig voelt. Sorry dat we moeten doen wat we moeten doen. Sorry voor de situatie. Sorry dat ik besta. Het was een sorry dat door merg en been gaat. En eentje waardoor ik direct mijn eigen onredelijkheid inzag. En het brak m’n hart. Ook ik in tranen. En volgens mij heb ik hem omhelsd. Ook sorry gezegd. Ik hoop het. Een echt terechte sorry. Een sorry voor mijn gedrag. Het was een van mijn vroegste ervaringen van een heel diep soort spijt. En dat ik diep van binnen een klootzak ben.

Zondeval

Op dat moment barst de spiegel. Je kristallen wereld spat uiteen. Je hebt niet alleen een domme fout begaan. De hele wereld heeft haar onschuld verloren. De glans is eraf. De ban is gebroken. En dat is jouw schuld. Het is een rotervaring. Het is het ontstaan van goed en kwaad in jouw wereld. Nog scherper: het is het ontstaan van je kennis van goed en kwaad. En daarmee het kwaad in de wereld.

Maar het hoort bij opgroeien, zegt deze uitleg. Iedereen heeft zo’n moment. Of je je die gebeurtenis nog kunt herinneren of niet. Het leven verliest er een stuk van z’n glans mee, maar het zou naïef zijn om het niet door te maken.

In zijn boek Ongeneeslijk Religieus (verschijning: 13 november 2018) verkent Gerko Tempelman het grensvlak tussen theologie en filosofie. Volg zijn zoektocht op: www.ongeneeslijkreligieus.nl


[1] https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/paus-is-niet-tevreden-met-onze-vader~a57be4cf/

geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *